De voorbereidende zitting voor de 30e Conferentie van de Partijen (COP30) van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering (UNFCCC) is officieel begonnen in Belém, Brazilië. Dit markeert een cruciaal moment voor de wereldwijde klimaatactie. Ongeveer 60 staats- en regeringsleiders kwamen bijeen voor de opening, die werd ingeluid met een inaugurele toespraak door de gastheer, de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva. Deze bijeenkomst dient als een essentieel forum voor onderhandelingen op hoog niveau, voorafgaand aan de hoofdtop die gepland staat om de daaropvolgende maandag van start te gaan.
De agenda van deze voorlopige samenkomst omvat een plenaire zitting, aangevuld met drie gerichte thematische werkgroepen. Deze groepen zullen zich buigen over klimaat en natuur, de energietransitie en een uitgebreide evaluatie van de toezeggingen uit het Akkoord van Parijs. President Lula da Silva leverde een scherpe analyse van de huidige wereldwijde status van de klimaatbeloften. Hij stelde onomwonden dat een aanzienlijk aantal partijen er niet in slaagt zich te houden aan de bepalingen van het Akkoord van Parijs, dat tien jaar geleden door 195 landen werd aangenomen.
Deze kritische verklaring staat in schril contrast met recente wetenschappelijke gegevens die de urgentie onderstrepen. De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) heeft geconcludeerd dat 2025 zich ontpopt als een van de warmste jaren ooit gemeten, waarschijnlijk de tweede of derde warmste, volgend op een ongekend decennium van verhoogde mondiale temperaturen. Het WMO-rapport dat voor COP30 werd vrijgegeven, voorspelt dat de jaarlijkse gemiddelde mondiale oppervlaktetemperatuur voor elk jaar tussen 2025 en 2029 naar verwachting tussen 1,2°C en 1,9°C hoger zal liggen dan het gemiddelde van 1850–1900.
Vlak voor de start van de top vond een belangrijke ontwikkeling plaats: de Europese Unie kondigde formeel een akkoord aan over haar eigen ambitieuze klimaatdoelstellingen, wat een proactieve houding van een belangrijk economisch blok signaleert. De deelnemerslijst voor de voorbereidende vergadering weerspiegelt een brede internationale betrokkenheid, met leiders zoals Gabriel Boric uit Chili, Gustavo Petro uit Colombia, Emmanuel Macron uit Frankrijk, Pedro Sánchez uit Spanje en Keir Starmer uit het Verenigd Koninkrijk.
Echter, de opvallende afwezigheid van leiders van de Volksrepubliek China en de Verenigde Staten – de twee grootste historische en huidige uitstoters ter wereld – vormt een aanzienlijke dynamiek voor de daaropvolgende discussies op hoog niveau. COP30 wordt beschouwd als een beslissend moment om de internationale inspanningen te herijken, gezien de wetenschappelijke consensus over de stijgende temperaturen en het gedocumenteerde tekort in het nakomen van de doelstellingen van Parijs.
De thematische werkgroepen hebben de specifieke taak om uitvoerbare trajecten te ontwikkelen op cruciale gebieden. Dit moet ervoor zorgen dat de gesprekken leiden tot concrete implementatiestrategieën. De focus op de herziening van het Akkoord van Parijs zelf benadrukt de noodzaak om de nationale bijdragen, of Nationally Determined Contributions (NDCs), te versterken vóór de volgende formele beoordelingscyclus. Het Akkoord van Parijs, aangenomen in december 2015, streeft ernaar de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius boven het pre-industriële niveau, met inspanningen om 1,5 graden Celsius na te streven.
De huidige procedures in Belém moeten de kloof dichten tussen deze vastgestelde doelen en het traject dat wordt aangegeven door de meest recente klimaatprojecties. Het Milieuprogramma van de VN (UNEP) waarschuwde dat, op basis van aangekondigd nationaal beleid en toezeggingen, de projecties voor de opwarming van de aarde deze eeuw tussen 2,3 en 2,5°C liggen, zelfs als alle plannen volledig worden uitgevoerd. UNEP merkte op dat nieuwe NDCs de situatie slechts 'nauwelijks hebben verbeterd'. Het succes van de conferentie zal worden gemeten aan de hand van haar vermogen om hernieuwde toewijding te stimuleren en mechanismen vast te stellen die naleving door alle ondertekenaars garanderen, waardoor de wereldwijde klimaatagenda van aspiratie naar verifieerbare uitvoering wordt verschoven.


