Tentoonstelling 'Artistieke Collectie van Matica Srpska' viert 200-jarig bestaan Servische Culturele Instelling
Bewerkt door: sfsdf dsf
De Galerij van Matica Srpska (GMS) in Novi Sad bereidt de opening voor van de tentoonstelling "Artistieke Collectie van Matica Srpska", ter gelegenheid van het tweehonderdjarig bestaan van haar moederinstelling, Matica Srpska, die in 1826 werd opgericht. De expositie zal toegankelijk zijn voor het publiek van 16 februari 2026 tot en met 24 mei 2026. Deze presentatie dient als visueel bewijs van de ononderbroken missie van Matica Srpska, de oudste literaire, culturele en wetenschappelijke instelling onder de Serviërs, die oorspronkelijk in Pest werd gesticht.
Dr. Tijana Palkovljević Bugarski, directeur van de GMS, heeft benadrukt dat de tentoonstelling de fundamentele visie van de stichter van Matica Srpska wil overbrengen: het bevorderen van de Servische cultuur, taal, literatuur en wetenschappelijke inspanningen door middel van kunst. Zij merkte op dat Matica Srpska erin geslaagd is haar eigen koers te bepalen en authentiek cultureel erfgoed te koesteren, zelfs te midden van maatschappelijke onrust en politieke uitdagingen. De GMS zelf, sinds 1958 een onafhankelijke entiteit, bezit een van de rijkste collecties Servische kunst in Servië, met meer dan 7.000 schilderijen, grafieken en tekeningen.
De kern van de collectie werd gevormd door portretten van de oprichters, presidenten, secretarissen en weldoeners van Matica Srpska, een praktijk die vanaf het begin werd ingezet om de visuele identiteit van het Servische volk vorm te geven. Dr. Palkovljević Bugarski lichtte toe dat deze verzameling voortdurend is aangevuld met werken van sleutelfiguren zoals Teodor Pavlović, Milana Savić en Jovan Đorđević, naast het oeuvre van Vojislav Šikoparić. Teodor Pavlović, destijds ook secretaris van Matica Srpska, speelde een cruciale rol in de oprichting van de kunstcollectie, die haar oorsprong vindt in de schenking van Sava Tekelija, de eerste levenslange president en een belangrijke weldoener.
Een specifiek gedeelte van de tentoonstelling eert de secretarissen van Matica, waaronder Pavlović, Savić en Đorđević, wier nalatenschap wordt gepresenteerd via hun portretten en gerelateerde werken. De visuele identiteit van de expositie wordt mede bepaald door de opname van werken van Vojislav Šikoparić. Verder wordt de continuïteit van hedendaagse kunst belicht met werken die dateren uit 2016 (motieven van de doodskist) en grafische ontwerpen uit 2024 ter ere van de 200ste verjaardag van de Chronicle. Een recent ontdekte tekening van schilder Miodrag Mihaillović is toegevoegd aan de documentaire sectie; Matica Srpska bezit momenteel ongeveer 50 artistieke stukken van zijn hand.
De auteur van de tentoonstelling, Stanislava Jovanović Mindić, beoogt de sfeer van Matica te recreëren door middel van ontwerp en een virtuele rondleiding, wat de hedendaagse relevantie van de instelling onderstreept. Dr. Branka Kulić, adjunct-directeur van de GMS, verwees naar het Latijnse gezegde "Nomen est omen" (de naam is een teken), suggererend dat de identiteit en onsterfelijkheid van de tentoongestelde figuren reeds in hun naam besloten liggen. De oprichting van Matica Srpska in 1826 in Pest, mede door Jovan Hadžić, was deels ingegeven door de noodzaak om de oudste Servische literaire kroniek, de "Letopis Matice srpske", van ondergang te redden. De GMS, gehuisvest in een gebouw uit 1926 ontworpen door architect Lazar D. Dundjerski, toont de ontwikkeling van de Servische kunst van de 16e tot de 21e eeuw, met een focus op de integratie van de Servische kunst in de Europese context tussen de Grote Servische Migratie van 1690 en de Eenwording van 1918. De realisatie van dit project werd financieel ondersteund door het Ministerie van Cultuur van de Republiek Servië.
3 Weergaven
Bronnen
Dnevnik
nS_pM
Dnevnik
Dnevnik
Dnevnik
Politika
Lees meer nieuws over dit onderwerp:
Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.



