Archeologen hebben een buitengewoon artefact uit het Egyptische zand geborgen: een cake waarvan de ouderdom wordt geschat op meer dan 4.000 jaar. Deze vondst deed zich voor in de Meir Necropolis en biedt een ongekend inzicht in de geavanceerde kooktechnieken en de belangrijke begrafenisrituelen van de oude Egyptische beschaving. Het zoete gebak werd aangetroffen in het grafcomplex dat toebehoorde aan Pepi'Onkh, een persoon van aanzien tijdens de heerschappij van Farao Pepi II. Dit tijdperk situeert zich in de latere fase van het Oude Rijk, ruwweg tussen 2251 en 2157 voor Christus.
Dit eeuwenoude dessert is veel meer dan een eenvoudig gebakken product; het blijkt een ingewikkelde, gelaagde creatie te zijn. Het bestond uit twee platte broden, vervaardigd van tarwe, die rijkelijk waren afgewisseld met honing en melk. De opmerkelijke conservering is te danken aan een ingenieuze bakmethode waarbij twee nauwkeurig passende koperen mallen werden ingezet. Terwijl het mengsel in deze metalen omhulsels verwarmde en vervolgens afkoelde, zorgde de verdrijving van luchtbellen voor een natuurlijke vacuümsealing. Dit proces zorgde ervoor dat de cake stevig aan het koper vastkleefde, waardoor deze effectief werd beschermd tegen ontbinding gedurende de millennia. Dit toont een intuïtief begrip aan van materiaalkunde toegepast op voedselbereiding.
Binnen het geloofssysteem van de oude Egyptenaren hadden brood en gebak een diepere symbolische betekenis dan alleen voeding. Deze voedingsmiddelen werden beschouwd als essentiële proviand, bedoeld om de ziel te ondersteunen tijdens haar voortdurende bestaan en reis naar het hiernamaals. Dit weerspiegelt een wereldbeeld waarin de materiële en spirituele sferen onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. De Meir Necropolis, gelegen ongeveer vijftig kilometer ten noordwesten van Assiut, vormt een belangrijk archeologisch terrein dat bewijs heeft opgeleverd uit verschillende perioden, van het Oude en Middenrijk tot aan de Late Periode, wat de aanhoudende culturele relevantie ervan benadrukt.
Deze specifieke ontdekking noodzaakt een bredere beschouwing van de methoden voor voedselconservering in de oudheid. Hoewel honing een veelgebruikte zoetstof was in het Oude Rijk, wijst de complexiteit van deze specifieke cake op een zekere mate van gespecialiseerde vakkundigheid, mogelijk voorbehouden aan personen met de status van Pepi'Onkh. Dit tastbare stukje geschiedenis, deze vierduizend jaar oude cake, is momenteel tentoongesteld in het Alimentarium Voedselmuseum in Vevey, Zwitserland. Het nodigt hedendaagse bezoekers uit om stil te staan bij de continuïteit van menselijke prestaties.
Het ritueel van het begraven van zo'n zorgvuldig bereid object onderstreept het diepgewortelde culturele belang dat werd gehecht aan het waarborgen van het welzijn en de voortzetting van de overledene na het fysieke leven. Dit perspectief kadert de tombe als een zorgvuldig bevoorraadde overgangsplaats, in plaats van een definitieve eindbestemming.



